ECLI:NL:PHR:2002:AE9245
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep inzake correctie politieregisters
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot correctie van gegevens in de politieregisters van de politie Noord- en Oost Gelderland. De rechtbank wees dit verzoek af. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in, maar het Gerechtshof Arnhem verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het appelverzoekschrift niet door een procureur was ingediend, zoals volgens art. 429d lid 3 (oud) Rv. vereist zou zijn.
Verzoeker stelde cassatieberoep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat op grond van de gewijzigde Wet politieregisters, met ingang van 1 september 2001, de verplichting tot procureurstelling in deze procedure niet geldt. Dit volgt uit art. 23 lid 6 van Pro de Wet politieregisters, dat een uitzondering maakt op de algemene procesvertegenwoordigingsregels.
De Hoge Raad oordeelt dat de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep onterecht is en vernietigt de beschikking van het hof. De zaak wordt verwezen naar het hof voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee wordt bevestigd dat verzoekschriften tot correctie in politieregisters zonder procureur kunnen worden ingediend, ook in hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.