ECLI:NL:PHR:2002:AE9401
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht van geregistreerde concubine op overlijdensuitkering krachtens CAO-bepaling
De zaak betreft een geschil over de toekenning van een overlijdensuitkering uit hoofde van een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) tussen Curaçao Port Services N.V. (C.P.S.) en de Algemene Haven Unie. Na het overlijden van werknemer [persoon 1], die meer dan 25 jaar in concubinaat leefde met [verweerster], vorderde laatstgenoemde betaling van een overlijdensuitkering die zij als geregistreerde concubine meende te kunnen ontvangen.
De CAO bevatte een bijlage waarin de uitkering aan nabestaanden werd geregeld, maar benoemde niet expliciet begunstigden. Het hof oordeelde dat de concubine als nabestaande moet worden beschouwd en daarom recht heeft op de uitkering, mede gelet op de bedoeling van de CAO-partijen en de aard van de regeling. C.P.S. betwistte dit en voerde onder meer aan dat de uitkering aan erfgenamen toekomt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep van C.P.S. De Raad benadrukte dat de uitleg van een CAO-bepaling primair aan het hof toekomt en dat de concubine binnen de definitie van gezinsleden valt. Tevens wees de Hoge Raad op het ontbreken van een begunstigde op de polis en het feit dat de procedure gericht is op nakoming van een CAO-verplichting en niet op een verzekeringsovereenkomst. Het beroep werd verworpen, waarmee het recht van de geregistreerde concubine op de overlijdensuitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de geregistreerde concubine recht heeft op de overlijdensuitkering krachtens de CAO.