ECLI:NL:PHR:2002:AF0199
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en erkenning van aansprakelijkheid bij verkoop aandelen en activa De Provinciale B.V.
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van eiser centraal vanwege zijn betrokkenheid bij de verkoop en levering van aandelen en activa van De Provinciale B.V. aan Rixtel B.V. op 5 december 1995. Zürich, de verweerster in cassatie, houdt eiser aansprakelijk voor schade die zij heeft geleden doordat de geldlening die zij ter beschikking stelde voor de verkrijging van activa buiten haar medeweten werd aangewend voor de aankoop van aandelen.
Eiser heeft hoger beroep ingesteld en zich inhoudelijk verweerd, maar werd door het Hof gehouden aan zijn erkenning van aansprakelijkheid zoals vastgelegd in een op 10 januari 1996 geregistreerde overeenkomst waarin hij afzag van verweer en rechtsbijstand. Eiser voerde aan dat hij onder dwaling en misbruik van omstandigheden tot deze erkenning was gekomen en dat zijn advocaat de overeenkomst buitengerechtelijk had vernietigd, maar het Hof oordeelde dat deze stellingen niet feitelijk waren onderbouwd en dat geen bewijs was geleverd.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiser en bevestigt het oordeel van het Hof. Het beroep op nietigheid wegens dwaling of misbruik van omstandigheden faalt omdat het niet voldoende is onderbouwd en het Hof niet gehouden is ambtshalve bewijsopdrachten te geven. Ook de klacht dat de erkenning van aansprakelijkheid nietig zou zijn wegens strijd met goede zeden of grondwettelijke bepalingen wordt verworpen. Daarmee blijft eiser aansprakelijk voor de door Zürich geleden schade.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van eiser voor de door Zürich geleden schade.