ECLI:NL:PHR:2002:AF0222

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R02/071HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 407 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verzoekster in cassatieberoep wegens ontbreken dagvaarding

Bij vonnis van 16 mei 2002 heeft de Kantonrechter te Dordrecht een vordering van eiseres tegen verzoekster toegewezen tot betaling van het onbetaalde gedeelte van een factuur voor juridisch advies, vermeerderd met rente en proceskosten. Verzoekster heeft vervolgens bij brief van 15 augustus 2002 de Hoge Raad verzocht het vonnis nietig te verklaren, kennelijk met het doel beroep in cassatie in te stellen.

De Hoge Raad oordeelt dat in een dagvaardingsprocedure, zoals hier gevoerd bij de Kantonrechter, het cassatieberoep ingevolge art. 407 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet worden ingeleid door middel van een dagvaarding. De door verzoekster ingediende brief voldoet niet aan deze vormvereiste.

Daarom wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring. Er wordt geen inhoudelijke beoordeling van het geschil gegeven omdat de procedurele vereisten niet zijn nageleefd.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het ontbreken van een dagvaarding.

Conclusie

Rek.nr. R02/071HR
Mr. L. Strikwerda
Parket 1 nov. 2002
Conclusie inzake
[Verzoekster]
Edelhoogachtbaar College,
1. Bij vonnis van 16 mei 2002 heeft de Kantonrechter te Dordrecht de bij dagvaarding van 6 november 2001 door [eiseres] tegen thans verzoekster van cassatie (hierna: [verzoekster]) ingestelde vordering tot betaling van het onbetaald gebleven gedeelte van het door [eiseres] wegens verstrekt juridisch advies aan [verzoekster] in rekening gebrachte bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, na verweer van [verzoekster], toegewezen.
2. Bij brief van 15 augustus 2002 heeft [verzoekster] de Hoge Raad verzocht genoemd vonnis van de Kantonrechter nietig te verklaren.
3. [Verzoekster] kan in haar verzoek, dat kennelijk ertoe strekt beroep in cassatie in te stellen tegen voormeld vonnis van de Kantonrechter, niet worden ontvangen. De bij de Kantonrechter gevoerde procedure is een dagvaardingsprocedure. In een zodanige procedure moet cassatieberoep krachtens het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv Pro bij dagvaarding worden ingeleid. De onder 2. genoemde brief is geen dagvaarding.
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar beroep.
De Procureur Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,