ECLI:NL:PHR:2002:AF0222
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoekster in cassatieberoep wegens ontbreken dagvaarding
Bij vonnis van 16 mei 2002 heeft de Kantonrechter te Dordrecht een vordering van eiseres tegen verzoekster toegewezen tot betaling van het onbetaalde gedeelte van een factuur voor juridisch advies, vermeerderd met rente en proceskosten. Verzoekster heeft vervolgens bij brief van 15 augustus 2002 de Hoge Raad verzocht het vonnis nietig te verklaren, kennelijk met het doel beroep in cassatie in te stellen.
De Hoge Raad oordeelt dat in een dagvaardingsprocedure, zoals hier gevoerd bij de Kantonrechter, het cassatieberoep ingevolge art. 407 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet worden ingeleid door middel van een dagvaarding. De door verzoekster ingediende brief voldoet niet aan deze vormvereiste.
Daarom wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring. Er wordt geen inhoudelijke beoordeling van het geschil gegeven omdat de procedurele vereisten niet zijn nageleefd.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het ontbreken van een dagvaarding.