ECLI:NL:PHR:2002:ZD2929

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 maart 2002
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
01629/00 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552p SvArt. 552a SvArt. 22 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking inzake rechtshulp wegens niet-openbare behandeling verzoek

De zaak betreft een beschikking van de Arrondissementsrechtbank Haarlem die op 13 maart 2000 verlof verleende tot het ter beschikking stellen van stukken van overtuiging aan Duitse autoriteiten, op grond van art. 552p Sv. Namens de betrokken besloten vennootschap en verzoekster werd cassatieberoep ingesteld.

De Hoge Raad stelt vast dat de behandeling van het verzoek om verlof ingevolge art. 552a Sv openbaar moet plaatsvinden. Uit het proces-verbaal blijkt echter dat de raadkamer niet openbaar was en ook niet is voldaan aan de uitzonderingen in art. 22 Sv Pro. Hierdoor is de procedure niet correct gevolgd.

Vanwege het belang van het voorschrift leidt deze procedurefout tot nietigheid van de beschikking. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.

De conclusie bevat tevens verwijzingen naar een aanverwante zaak met griffienummer 01627/00 B, waarin aanvullende opmerkingen zijn gemaakt, maar deze zijn hier niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens niet-openbare behandeling van het verzoek en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam.

Conclusie

Nr. 01629/00 B
Mr Wortel
Zitting: 15 mei 2001
Conclusie inzake:
[Verzoekster=klaagster]
Edelhoogachtbaar College,
1. Bij beschikking van 13 maart 2000 heeft de Arrondissementsrechtbank te Haarlem aan de rechter-commissaris verlof verleend, als bedoeld in art. 552p, tweede lid, Sv en met het voorbehoud dat is voorgeschreven in art. 552p, derde lid, Sv, tot het ter beschikking van de officier van justitie stellen van stukken van overtuiging opdat deze overgedragen kunnen worden aan de Duitse autoriteiten.
2. Die stukken zijn naar aanleiding van een verzoek om rechtshulp in beslag genomen ter gelegenheid van huiszoekingen in drie verschillende panden, waaronder een pand waarin de besloten vennootschap [B] BV is gevestigd en een pand waarin verzoekster is gevestigd.
Namens [B] B.V. heeft mr Sjöcrona, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld. Mr Sjöcrona heeft verzocht dat middel aan te merken als mede voorgesteld in het namens verzoekster ingestelde cassatieberoep.
In het namens [B] B.V. ingestelde cassatieberoep, bij de Hoge Raad bekend onder griffienummer 01627/00 B, wordt eveneens heden geconcludeerd.
3. Ambtshalve merk ik het volgende op. Ingevolge het vierde lid van art. 552p Sv is op de behandeling van een verzoek tot het verlenen van het in het tweede lid van art. 552p Sv bedoelde verlof art. 552a Sv van overeenkomstige toepassing. Krachtens het vijfde lid van art. 552a Sv dient de behandeling van dat verzoek in het openbaar plaats te vinden. Laatstbedoeld voorschrift is van zodanig belang dat - behoudens toepassing van het bepaalde in art. 22, tweede en derde lid, Sv - niet naleving daarvan tot nietigheid van de behandeling en de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking dient te leiden, vgl HR DD 95.047 en HR NJ 1996, 620.
4. Uit het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer blijkt niet dat deze in het openbaar heeft plaatsgevonden. Evenmin blijkt daaruit dat toepassing is gegeven aan het bepaalde in art. 22, leden 2 en 3, Sv.
5. Om die reden kan de bestreden beschikking niet in stand blijven.
6. Omtrent het voorgestelde middel heb ik, aldus ten overvloede, in de conclusie in de zaak met griffienummer 01627/00 B nog enkele opmerkingen gemaakt. Ik meen daarnaar - nu namens de belanghebbenden gezamenlijk een middel is ingediend - te mogen verwijzen.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking met verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere afdoening.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,