ECLI:NL:PHR:2003:AD5359
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid van de Verordening Arbeidsvoorwaarden Detailhandel op arbeidsovereenkomst videotheekmedewerker
In deze zaak stond centraal of de Verordening Arbeidsvoorwaarden Detailhandel (VAD) van 26 juni 1996 van toepassing is op de arbeidsverhouding tussen een werknemer en een videotheekhouder. De werknemer was in dienst getreden bij een onderneming die videobanden verhuurde en tevens diverse waren verkocht. De arbeidsovereenkomst was beëindigd, waarna de werknemer loonvorderingen instelde op basis van de VAD.
De kantonrechter stelde vast dat de VAD van toepassing was en kende de vorderingen grotendeels toe, waarbij de wettelijke verhoging werd beperkt vanwege onzekerheid over de toepasselijkheid van de VAD op de branche. De rechtbank Arnhem bekrachtigde dit vonnis. De werkgever, inmiddels overgenomen door Videoland, stelde in cassatie dat de VAD niet van toepassing was omdat de onderneming geen detailhandelszaak was en de werknemer niet hoofdzakelijk met verkoop bezig was.
De Hoge Raad oordeelde dat de VAD inderdaad van toepassing is op ondernemingen waarvoor het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) is ingesteld, waaronder videotheken die naast verhuur ook verkoopactiviteiten verrichten. De aard van de werkzaamheden van de werknemer is niet beslissend voor de toepasselijkheid van de VAD. Ook werd bevestigd dat Videoland als rechtsopvolger bevoegd is het cassatieberoep in te stellen. De cassatie werd verworpen, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de toepasselijkheid van de VAD op de arbeidsovereenkomst van de werknemer.