ECLI:NL:PHR:2003:AE9074
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking inzake beklag teruggave auto met vals VIN
Op 6 juni 2001 werd een auto van verzoeker in beslag genomen wegens vermoedens van omkatten, maar een eerste onderzoek wees uit dat er geen fraude was met het VIN. Op 21 augustus 2001 volgde een tweede inbeslagname na een melding van een vervalst VIN. Uit onderzoek bleek dat de auto inderdaad voorzien was van een vals VIN. Door een vergissing werd de auto zonder medeweten van verzoeker en de officier van justitie aan de verzekeringsmaatschappij Nationale Nederlanden overhandigd, waardoor feitelijk geen beslag meer bestond.
Verzoeker deed beklag tegen het beslag en de rechtbank verklaarde dit beklag ongegrond, terwijl de verzekeraar niet was opgeroepen als belanghebbende. De Hoge Raad oordeelde dat het aanwezigheidsrecht van belanghebbenden in art. 552a lid 4 Sv niet was gerespecteerd, waardoor de beschikking niet in stand kon blijven.
De Hoge Raad benadrukte dat de officier van justitie geen bezwaar maakte tegen teruggave aan verzoeker en dat de rechtbank onterecht een maatstaf hanteerde die alleen geldt bij teruggave aan derden. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling van het beklag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling van het beklag.