ECLI:NL:PHR:2003:AF0189
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoordeling van vordering wegens niet-afgefinancierde pensioentoezegging in faillissement
Deze zaak betreft de vraag of een vordering van een gewezen werknemer tot affinanciering van niet volledig nagekomen pensioentoezeggingen door een failliete werkgever preferentie toekomt op grond van art. 3:288 aanhef Pro en onder d en/of e BW. De werknemer, voormalig directeur, had een vordering ingediend wegens niet volledig voldane pensioentoezeggingen, die door de curator betwist werd.
De rechtbank had geoordeeld dat de preferentie van art. 3:288 BW Pro slechts geldt voor vorderingen van werknemers indien de werkgever zijn pensioentoezegging niet bij een pensioenfonds of verzekeraar onderbrengt. Omdat de pensioenen in dit geval onder de Pensioen- en spaarfondsenwet vielen, werd de vordering niet als preferent erkend. Ook de affinancieringsverplichting van de premievrije aanspraak werd niet als een vordering uit hoofde van de arbeidsovereenkomst in geld aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke preferentie niet geldt voor aanspraken die onder de Pensioen- en spaarfondsenwet vallen, ook niet indien de pensioenuitkeringen door een tekortkoming lager uitvallen. De affinancieringsverplichting is geen geldvordering uit hoofde van de arbeidsovereenkomst en valt daarom niet onder de preferentie van art. 3:288 aanhef Pro en onder e BW. De cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: De vordering van de werknemer tot affinanciering van niet-afgefinancierde pensioentoezeggingen wordt niet als preferent erkend onder art. 3:288 BW.