ECLI:NL:PHR:2003:AF0201
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijslevering en omgangsregeling in ondertoezichtstelling kinderen
In deze zaak staat centraal de beoordeling van een cassatieberoep tegen een beslissing die een aanzienlijke beperking van de omgangsregeling tussen een vader en zijn kinderen bevestigt. De kinderen zijn onder toezicht gesteld vanwege conflicten tussen de ouders, waarbij de moeder het gezag uitoefent en een stichting de ondertoezichtstelling verzorgt. De rechtbank en het hof hebben de beperking van de omgangsregeling toegewezen en bekrachtigd.
De man stelde onder meer dat het hof onterecht geen kennis heeft genomen van door hem overgelegde geluidsbanden en een schriftelijke uitwerking van een gesprek met de stichting. De Hoge Raad overweegt dat bewijs door alle middelen kan worden geleverd, inclusief technische middelen zoals geluids- en video-opnamen, maar dat de rechter niet verplicht is zonder meer van omvangrijk bandmateriaal kennis te nemen zonder dat duidelijk is welke stellingen daarmee worden onderbouwd.
De Hoge Raad benadrukt het belang van hoor en wederhoor en een eerlijke procesorde, waarbij partijen gelegenheid moeten krijgen kennis te nemen van het bewijsmateriaal en daartegen commentaar te leveren. Indien de partij die het materiaal inbrengt onvoldoende toelichting geeft over het belang en de relevantie, is de rechter gerechtigd en in beginsel verplicht het materiaal terzijde te leggen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de problematische situatie waarin de kinderen zich bevinden een voldoende grond is voor de beperking van de omgangsregeling, ook al roept dit ingrijpende emoties op. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beperking van de omgangsregeling wordt bevestigd.