ECLI:NL:PHR:2003:AF0223
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen door schuldenaar
De schuldenaar was onderworpen aan een schuldsaneringsregeling en ontving gelden van de gemeente die bedoeld waren voor een akkoord met schuldeisers. De bewindvoerder had met de schuldenaar afgesproken dat deze gelden voor dat doel zouden worden gebruikt. Desondanks besteedde de schuldenaar het geld zonder overleg, onder meer om een lening af te lossen en een eigen bedrijf te starten, tegen het advies van de bewindvoerder in.
De bewindvoerder stelde de rechter-commissaris voor de schuldsaneringsregeling te beëindigen wegens niet-nakoming van verplichtingen. De rechtbank en het hof bevestigden dit, waarbij het hof oordeelde dat de schuldenaar de instructies van de bewindvoerder had genegeerd en onvoldoende informatie had verstrekt over leningen die hij had afgesloten.
De schuldenaar ging in cassatie en voerde onder meer aan dat hij bevoegd was de gelden vrij te besteden en dat het niet verstrekken van informatie geen reden was voor beëindiging. De Hoge Raad verwierp deze gronden, benadrukkend dat tijdens de schuldsaneringsregeling de schuldenaar geen beschikking mag hebben over de boedelgoederen en dat het niet verstrekken van relevante informatie en het negeren van instructies van de bewindvoerder wel degelijk grond vormen voor beëindiging van de regeling.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en de beslissing van de rechtbank, waarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling rechtsgeldig was.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door de schuldenaar.