ECLI:NL:PHR:2003:AF1280
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens leidinggeven aan onjuiste belastingaangifte omzetbelasting
Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte op 15 oktober 2001 veroordeeld tot een geldboete van fl. 8.000,- wegens het leidinggeven aan het opzettelijk onjuist doen van een belastingaangifte omzetbelasting. Verdachte, financieel directeur van [A] B.V., had over maart 1996 aangifte gedaan waarbij omzetbelasting werd teruggevraagd over een factuurbedrag van fl. 575.000,-, terwijl afgesproken was dat slechts fl. 250.000,- betaald zou worden.
De kern van het geschil betrof de toepassing van het factuurstelsel in de Wet op de omzetbelasting 1968 en de vraag of de omzetbelasting over het volledige gefactureerde bedrag teruggevraagd mocht worden wanneer slechts een deel daarvan betaald zou worden. De Hoge Raad concludeerde dat het factuurstelsel niet absoluut is en dat correctiemechanismen in de wet voorzien in situaties waarin het gefactureerde bedrag niet volledig betaald wordt.
De Hoge Raad stelde dat de wetgever heeft beoogd dat correcties op de omzetbelasting plaatsvinden wanneer achteraf blijkt dat een factuur niet of niet volledig wordt betaald, bijvoorbeeld door prijsvermindering of oninbaarheid. In deze zaak was echter bij het opmaken van de factuur al duidelijk dat slechts een deel betaald zou worden, waardoor de voorbelasting te hoog was teruggevraagd. Het hof verwierp het verweer dat sprake was van een leverancierskrediet en oordeelde dat verdachte onjuist had gehandeld.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was dat het middel van cassatie faalt en dat de veroordeling gehandhaafd moet blijven. Er werden geen gronden gevonden voor vernietiging van het vonnis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van fl. 8.000,- wegens leidinggeven aan een onjuiste belastingaangifte omzetbelasting.