ECLI:NL:PHR:2003:AF1794
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkrachtbepaling man voor alimentatieperiode juni-september 2000
De man en vrouw zijn in 1983 gehuwd en hebben een dochter. De man vroeg in 1997 echtscheiding aan bij de rechtbank Den Haag, die in 1998 de echtscheiding uitsprak. De vrouw vroeg een alimentatie-uitkering. De rechtbank veroordeelde de man in 2000 tot betaling van f 5.000,- per maand, maar het hof stelde dit bij beschikking van 25 juli 2001 vast op f 3.300,- per maand voor de periode juni-september 2000.
Het hof nam het netto maandinkomen van de man inclusief representatievergoeding en buitenlandtoelage als uitgangspunt voor zijn draagkrachtbepaling. Ook oordeelde het hof dat de man als alleenstaande moest worden beschouwd, omdat zijn nieuwe echtgenote voldoende verdiencapaciteit had. Verder beperkte het hof de door de man opgevoerde autokosten voor woon-werkverkeer van f 1.075,- naar f 500,- per maand.
De man stelde cassatieberoep in tegen deze beslissingen, stellende dat de vergoedingen niet als inkomen mochten worden meegeteld, dat de verdiencapaciteit van zijn echtgenote onjuist was beoordeeld, dat de autokosten ten onrechte waren beperkt en dat hij rekening had moeten houden met ziektekostenpremies voor zijn echtgenote en haar kinderen. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde het oordeel van het hof, waarbij het hof een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het vaststellen van draagkracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.