ECLI:NL:PHR:2003:AF1888
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verplichting werkgever tot betaling overhevelingstoeslag aan off-shore werknemer ondanks latere terugvordering
Deze zaak betreft vorderingen van werknemers die werkzaam waren op het Nederlandse deel van het Continentaal Plat tussen 1989 en 1992, en die overhevelingstoeslag terugvorderden nadat bleek dat zij niet verzekerd waren volgens de volksverzekeringen. Werkgevers hadden deze toeslag eerder betaald, en werknemers hadden premies betaald die zij later konden terugvorderen van de belastingdienst. Werkgevers eisten daarop terugbetaling van de toeslag.
De Hoge Raad heeft in eerdere arresten al geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst een leemte vertoont die aangevuld moet worden met hetgeen de billijkheid vordert, namelijk dat de werkgever gehouden is tot betaling van een bedrag gelijk aan de overhevelingstoeslag. Dit geldt ook als achteraf blijkt dat de werknemer niet verzekerd was volgens de volksverzekeringen.
In deze zaak heeft de rechtbank de vordering van de werknemer tot restitutie van de terugbetaalde toeslag toegewezen, en de Hoge Raad bevestigt dat de werkgever geen aanspraak kan maken op terugbetaling van de overhevelingstoeslag op grond van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking. De Hoge Raad verwerpt de klachten van de werkgever en bevestigt dat de billijkheidscorrectie inhoudt dat de werkgever de kosten van de overhevelingstoeslag draagt, zodat de werknemer beschermd is tegen de risico's van het niet-verzekerd zijn.
De Hoge Raad benadrukt dat deze jurisprudentie richtinggevend is en dat de stelplicht en bewijslast correct zijn toegepast door de rechtbank. De conclusie van de Advocaat-Generaal is om het cassatieberoep te verwerpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Topmen wordt verworpen en de verplichting tot betaling van een bedrag gelijk aan de overhevelingstoeslag blijft bestaan.