ECLI:NL:PHR:2003:AF1909
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toelaatbaarheid uitlevering en overname tenuitvoerlegging strafvonnis Nederlandse onderdaan
De Arrondissementsrechtbank Rotterdam verklaarde de uitlevering van een Nederlandse onderdaan aan België toelaatbaar voor bepaalde strafbare feiten, waaronder witwassen. Verzoeker stelde cassatie in tegen dit oordeel, met name omdat het feit vóór de inwerkingtreding van de Nederlandse strafbepaling was gepleegd, waardoor toepassing van die strafbepaling in Nederland mogelijk in strijd zou zijn met het legaliteitsbeginsel.
De Hoge Raad stelt dat de uitleveringsrechter niet bevoegd is om te beoordelen of de verzoekende Staat voldoende terugkeergaranties biedt; deze bevoegdheid ligt bij de Minister van Justitie. Ook mag de rechter niet vooruitlopen op de ministeriële beslissing, ook niet als het waarschijnlijk is dat teruglevering later wettelijk wordt belemmerd.
Verder bepaalt de Hoge Raad dat bij de beoordeling van de strafbaarheid in de exequaturprocedure het tijdstip van de beslissing tot overname van de tenuitvoerlegging bepalend is, niet het tijdstip waarop het feit werd gepleegd. Dit sluit aan bij de wettelijke regeling en voorkomt strijd met het legaliteitsbeginsel. De cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de uitleveringsrechter niet mag vooruitlopen op de ministeriële beslissing over teruglevering en dat strafbaarheid bij overname tenuitvoerlegging wordt beoordeeld op het moment van beslissing.