ECLI:NL:PHR:2003:AF1978

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00484/02
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding wegens onjuiste betekening bij buitenlandse verdachte

De verdachte werd door de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens een snelheidsovertreding. De dagvaarding in hoger beroep was echter niet correct betekend, omdat deze niet was verzonden naar het bekende buitenlandse adres van de verdachte, noch via de bevoegde buitenlandse autoriteiten.

De verdachte was niet ingeschreven in de Nederlandse GBA en verbleef niet in Nederland, waardoor de betekening van de dagvaarding aan het buitenlandse adres had moeten plaatsvinden. De rechtbank hield de dagvaarding onterecht voor geldig, terwijl de verdachte niet op de hoogte was van de zittingsdatum.

De Hoge Raad concludeert dat artikel 588, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet is nageleefd en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig. Hierdoor wordt het bestreden vonnis vernietigd.

Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening, en het bestreden vonnis is vernietigd.

Conclusie

Nr. 00484/02
Mr Jörg
Zitting 26 november 2002
Conclusie inzake:
[Verzoeker=verdachte]
1. Verzoeker is door de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch bij vonnis van 1 november 2001 wegens overtreding van de maximumsnelheid met 39 km/u veroordeeld tot een geldboete van fl. 625,-, subsidiair twaalf dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier maanden, voorwaardelijke met een proeftijd van twee jaren.
2. Namens verzoeker heeft mr. L.P.H. Hameleers, advocaat te Roermond, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat verzoeker ten onrechte bij verstek is veroordeeld omdat de appeldagvaarding niet correct is uitgereikt, nu deze dagvaarding noch aan het verblijfadres in [plaats B], noch aan het opgegeven postadres is gezonden.
4. Bij de processtukken bevinden zich een tweetal aktes van uitreiking om te verschijnen ter terechtzitting van de enkelvoudige strafkamer in de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 1 november 2001. De ene akte van uitreiking houdt in dat de gerechtelijke brief op 24 september 2001 is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Aan de voorzijde van de akte staat als adres vermeld:
"[...] [plaats B], Italië [c-straat 1]
Overigens is van geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend"
De akte van uitreiking vermeldt op de achterzijde niet dat de gerechtelijke brief als gewone brief is verzonden "aan het aan ommezijde vermelde adres van geadresseerde", maar integendeel: dat deze is uitgereikt aan de griffier. Het moet er derhalve voor worden gehouden dat geen brief is verzonden aan het adres in Italië.
5. De andere akte van uitreiking noemt een postbusadres:
"[...] [plaats A] Postbus [001]"
Er is evenwel niet getracht de dagvaarding uit te reiken op dit postbusnummer, maar daarentegen - volgens de akte van uitreiking - tevergeefs aan het adres [d-straat 1], te [plaats A], alwaar verzoeker volgens degene die zich daar bevond, woonde noch verbleef.
6. Indien een verdachte niet is ingeschreven in een GBA en niet in Nederland is gedetineerd, en van hem evenmin een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is, maar wel een adres in het buitenland, geschiedt de betekening van de dagvaarding door toezending van de dagvaarding door het openbaar ministerie hetzij rechtstreeks aan het laatstbekende adres van de verdachte in het buitenland, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie. Door die toezending is de dagvaarding rechtsgeldig betekend. Deze regeling moet ook worden toegepast wanneer van de in het buitenland woonachtige of verblijvende verdachte bekend is dat hij in Nederland een kantooradres houdt (HR 12 maart 2002, NJ 2002, 317).
7. Uit het bovenstaande moet worden afgeleid dat de dagvaarding in hoger beroep niet gezonden is aan het bekende adres in het buitenland. Nu verzoeker noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep ter zitting is verschenen, in het dossier overigens geen aanwijzingen te vinden zijn dat verzoeker op de hoogte is geweest van dag en tijdstip van de behandeling van de zaak door de rechtbank te 's-Hertogenbosch, moet thans worden vastgesteld dat art. 588, tweede lid, Sv niet is nageleefd, en dat de rechtbank de dagvaarding in hoger beroep ten onrechte voor geldig heeft gehouden. De bestreden uitspraak kan hierom niet in stand blijven en de Hoge Raad zal de dagvaarding in hoger beroep alsnog nietig moeten verklaren.
8. Het middel slaagt.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG