ECLI:NL:PHR:2003:AF2158
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over verstekvonnis bij niet tijdig antwoorden in kantongerechtsprocedure
In deze zaak staat centraal of Bruynzeel als gedaagde in een kantongerechtsprocedure verstek heeft laten gaan in de zin van artikel 106 lid Pro 1 (oud) Rv, hetgeen bepalend is voor het rechtsmiddel dat openstond tegen het vonnis van de kantonrechter.
De kantonrechter had de vordering van de eiser toegewezen omdat Bruynzeel niet uiterlijk op de terechtzitting had geantwoord, waardoor het vonnis als verstekvonnis werd aangemerkt. Bruynzeel was echter wel verschenen en had meerdere malen uitstel gevraagd en gekregen om op de eis te antwoorden. Ook had zij een brief met een reactie gestuurd, die door de kantonrechter niet als een formele conclusie van antwoord werd geaccepteerd.
De rechtbank verklaarde het hoger beroep van Bruynzeel niet-ontvankelijk, stellende dat sprake was van een verstekvonnis. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel berust op een onjuiste rechtsopvatting, omdat onder artikel 106 lid Pro 1 (oud) Rv niet beslissend is of de gedaagde is verschenen, maar of hij heeft geantwoord of om uitstel heeft verzocht.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het belang van het juiste procesrechtelijke kader wordt benadrukt.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.