ECLI:NL:PHR:2003:AF2290
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beoordelingsvrijheid werkgever bij functiewaardering leraar na fusie onderwijsinstellingen
De zaak betreft een geschil over de inschaling van een leraar bij een onderwijsinstelling na een fusie van drie instellingen tot ROC Oostelijk Zuid-Limburg. De leraar vorderde een hogere salarisschaal (schaal 12) dan de door ROC toegekende schaal 10 of 11. De kantonrechter en rechtbank wezen de vordering af, waarna cassatie werd ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad onderzocht of de functiewaarderingsbeslissing van ROC binnen het kader van het Rechtspositiebesluit Onderwijspersoneel (Rpbo) viel en of de beoordelingsvrijheid van de werkgever correct was toegepast. Het Rpbo en bijlage R11 geven een globaal kader voor de indeling van leraren in de categorieën A, B en C, waarbij leraar A coördinerende taken verricht naast lesgeven.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de beoordelingsvrijheid van ROC te beperkt had uitgelegd door leraar A alleen toe te kennen aan functionarissen met summiere lesgevende taken en beleidsverantwoordelijkheid. De rechtbank had onvoldoende aandacht besteed aan de feitelijke functie-inhoud van de leraar en de bredere invulling van coördinerende taken zoals beschreven in het Rpbo. De bestreden uitspraak is daarom vernietigd.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd wegens onjuiste uitleg van het Rpbo en onvoldoende toetsing van de beoordelingsvrijheid van de werkgever.