ECLI:NL:PHR:2003:AF2840
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over devolutieve werking van appel bij verborgen gebrek in koop woning
In deze zaak draait het om de vraag of het hof een juiste toepassing heeft gegeven aan de devolutieve werking van het appel in een geschil over verborgen gebreken aan een verkocht woonhuis.
Het echtpaar [verweerder] verkocht in 1994 een woning aan [eiser], waarbij in de koopovereenkomst een exoneratiebeding was opgenomen dat aansprakelijkheid voor zichtbare en onzichtbare gebreken uitsloot. Kort na de levering ontdekte [eiser] lekkages vanuit de badkamer naar de keuken, waarop hij schadevergoeding vorderde. De rechtbank oordeelde dat het exoneratiebeding aansprakelijkheid uitsloot voor verborgen gebreken, tenzij de verkoper daarvan op de hoogte was en dit niet had meegedeeld.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering af, omdat [eiser] onvoldoende bewijs had geleverd voor de subsidiaire grondslag. De Hoge Raad stelt dat de appelrechter gebonden is aan onbestreden eindbeslissingen die nadelig zijn voor appellant, maar niet aan beslissingen die nadelig zijn voor geïntimeerde. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling van de primaire grondslag van de vordering, met inachtneming van de juiste toepassing van de devolutieve werking van het appel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Den Haag voor hernieuwde beoordeling.