ECLI:NL:PHR:2003:AF2846
Parket bij de Hoge Raad
- A.S. Hartkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid betalingsverplichting na echtscheiding ondanks misbruik van omstandigheden en schijnovereenkomst
De zaak betreft een geschil over een notariële overeenkomst waarin de man zich verplichtte maandelijks een bedrag van ƒ 1.500 aan zijn zoons te betalen, bedoeld als afwikkeling van vermogensrechtelijke geschillen na zijn echtscheiding met de vrouw. De man stelde dat deze overeenkomst in feite een schijnovereenkomst was die diende om alimentatie aan de vrouw te verhullen, en dat hij onder druk van een opgelegde gevangenisstraf en misleidende gedragingen van zijn zoons tot de overeenkomst was gekomen, wat misbruik van omstandigheden opleverde.
De rechtbank verwierp deze stellingen en ontbond de overeenkomst per 1 september 1997 wegens onvoorziene omstandigheden, omdat de vrouw in strijd met de strekking van de overeenkomst een belastende verklaring had afgelegd in de strafzaak tegen de man. Het hof vernietigde dit vonnis en wijzigde de betalingsverplichting slechts gedeeltelijk.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep op misbruik van omstandigheden onvoldoende was onderbouwd, dat de stellingen over een schijnovereenkomst niet konden leiden tot nietigheid wegens strijd met openbare orde of goede zeden, en dat de betalingsverplichting geoorloofd was als regeling van vermogensrechtelijke afwikkeling. Ook het argument dat de vrouw samenwoonde als ware zij gehuwd en daarom geen alimentatie behoefde, faalde omdat partijen expliciet hadden afgesproken geen alimentatieplicht te hebben.
De Hoge Raad bevestigde dat conflictoplossing via dergelijke overeenkomsten, ook indien gekoppeld aan intrekking van strafklachten, in bepaalde gevallen toelaatbaar is en dat de motivering van hof en rechtbank voldoende was. Het beroep van de man werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep van de man wordt verworpen en de betalingsverplichting uit de notariële overeenkomst blijft geldig.