ECLI:NL:PHR:2003:AF2849
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot nihilstelling kinderalimentatie wegens herstelbare inkomensvermindering
Partijen waren gehuwd en hebben een zoon uit hun huwelijk. De man was verplicht kinderalimentatie te betalen, vastgesteld op 250 gulden per maand. Na zijn werkloosheid per 1 december 2000 verzocht hij de rechtbank om de alimentatie op nihil te stellen wegens onvoldoende draagkracht. De rechtbank ging hierin mee, maar het hof vernietigde deze beschikking en wees het verzoek af. Het hof vond dat de man, gezien zijn onderhoudsverplichting, had moeten kiezen voor passend werk en dat hij nog steeds de mogelijkheid had om te werken.
De man stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof. De Hoge Raad bevestigde het onderscheid tussen herstelbare en onherstelbare inkomensvermindering. Omdat het hof oordeelde dat de inkomensvermindering herstelbaar was, hoefde het hof geen verzwaarde motiveringsplicht toe te passen. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk dat de man had kunnen blijven werken, ook al zocht hij werk passend bij zijn opleiding en sprak hij onvoldoende Nederlands.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het beroep verworpen moest worden omdat het geen nieuwe rechtsvragen bevatte. De Hoge Raad volgde deze conclusie en verwierp het cassatieberoep, waarmee het hofvonnis in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de man blijft gehouden tot betaling van kinderalimentatie vanwege herstelbare inkomensvermindering.