ECLI:NL:PHR:2003:AF2966
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring en cessie bij schadevergoeding wegens bedrijfsongeval tijdens dienstverband
Eiser was van 1977 tot 1978 in dienst bij NAM als petroleum engineer en liep op 3 augustus 1977 een ernstig ongeval op tijdens woon-werkverkeer. Hij stelde NAM aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval en vorderde schadevergoeding. NAM beriep zich op verjaring van de vordering. Eiser had zijn rechten op aansprakelijkheid jegens de derde betrokkene aan NAM gecedeerd.
De rechtbank stelde vast dat de vordering tot schadevergoeding verjaard was omdat eiser al in 1989 op de hoogte was van de blijvende aard en progressieve ontwikkeling van zijn letsel, waardoor de verjaringstermijn van vijf jaar vanaf dat moment was gaan lopen. De cessie aan NAM leidde niet tot een andere verjaringstermijn of stuiting. Eiser stelde dat de verjaring pas begon bij volledige arbeidsongeschiktheid in 1997, maar dit werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de verjaringstermijn aanvangt zodra de schadepost bekend is, ook als de omvang nog niet volledig vaststaat. De cessie en erkenning van aansprakelijkheid door NAM stuiten de verjaring niet, tenzij er een stuitingshandeling is verricht. Het beroep van eiser werd verworpen, waarmee de verjaring van zijn vordering werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vordering tot schadevergoeding is verjaard en wijst het cassatieberoep af.