ECLI:NL:PHR:2003:AF3057
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over loonbetaling tijdens schorsing en ziekte van werknemer
In deze zaak staat centraal of een werkgever loon mag inhouden tijdens een disciplinaire schorsing van een werknemer, ook als de werknemer tijdens die schorsing ziek wordt. De werknemer was op non-actief gesteld wegens ernstig wangedrag en was gedurende deze periode arbeidsongeschikt. De werkgever stelde dat de schorsing aan de werknemer zelf te wijten was, waardoor geen recht op loon zou bestaan, ook niet tijdens ziekte.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het juridisch kader rondom disciplinaire maatregelen, loonbetaling en ziekte. Er is geen algemene wettelijke regeling voor schorsing zonder loon; een dergelijke maatregel vereist een uitdrukkelijk contractueel beding. De regering heeft bij wetsvoorstellen en parlementaire behandeling uitlatingen gedaan die suggereren dat looninhouding zonder contractuele basis mogelijk zou zijn, maar deze zijn volgens de Hoge Raad inconsistent met de heersende leer en eerdere wetgeving.
De Hoge Raad concludeert dat loonbetaling tijdens schorsing in beginsel verplicht blijft, tenzij een contractuele grondslag voor inhouding bestaat. Ook als de werknemer tijdens schorsing ziek wordt, blijft het recht op loon bestaan vanaf het moment dat de ziekte de primaire oorzaak is van het niet verrichten van arbeid. De rechtbank heeft onjuiste rechtsopvattingen gehanteerd door te oordelen dat voorafgaande ziekmelding vereist is en dat schorsing zonder loon mogelijk is zonder contractuele basis.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd en de zaak moet worden verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof vanwege onjuiste rechtsopvattingen over loonbetaling tijdens schorsing en ziekte.