ECLI:NL:PHR:2003:AF3059
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verbod op verstrekken ongunstige informatie wegens ontbreken spoedeisend belang
In deze zaak vorderden eiseressen in een kort geding dat verweerder werd verboden om ongunstige informatie over hen te verspreiden, onder bedreiging van een dwangsom. Deze vordering was gebaseerd op de stelling dat verweerder hen voortdurend in een kwaad daglicht stelde met onware en schadelijke mededelingen.
De President van de Rechtbank te Breda wees de vordering af omdat niet aannemelijk was dat de mededelingen onwaar of beledigend waren. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bekrachtigde dit vonnis en stelde vast dat er geen sprake was van een spoedeisend belang voor de gevraagde voorziening, mede omdat verweerder in de afgelopen anderhalf jaar geen relevante handelingen had verricht.
Eiseressen kwamen tegen dit arrest in cassatie, stellende dat het hof een onjuiste bewijslastverdeling hanteerde en het begrip stalking verkeerd interpreteerde. De Hoge Raad verwierp deze klachten, overwegende dat het hof zich niet over de bewijslast had uitgesproken en dat het oordeel over de inhoud van de mededelingen een aan het hof voorbehouden feitelijke beoordeling betrof die in cassatie niet kan worden bestreden.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel dat geen aanleiding bestond voor het gevorderde verbod, omdat een spoedeisend belang ontbrak en de mededelingen niet onwaar of beledigend waren. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verbod op het verstrekken van ongunstige informatie wordt afgewezen.