ECLI:NL:PHR:2003:AF3072
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing matiging contractuele boete bij beëindiging exploitatieovereenkomst speelautomaten
In deze zaak staat de vraag centraal of de contractuele boete die eiser is verschuldigd aan Double Fun Automatenexploitatie B.V. wegens de eenzijdige beëindiging van een exploitatieovereenkomst voor speelautomaten gematigd moet worden. De overeenkomst betrof de plaatsing en exploitatie van speelautomaten in de snackbar van eiser. Na beëindiging van de samenwerking vorderde Double Fun betaling van een boete over de resterende looptijd van de overeenkomst.
Eiser stelde primair dat de overeenkomst nietig was wegens strijd met het vergunningenstelsel van de Wet op de kansspelen, subsidiair dat de overeenkomst was opgezegd en dat de boete gematigd moest worden. De rechtbank en het hof Arnhem verwierpen deze verweren en veroordeelden eiser tot betaling van de boete. Het hof oordeelde dat de overeenkomst met een andere exploitant stilzwijgend werd verlengd en dat Double Fun niet verplicht was opnieuw met eiser een overeenkomst aan te gaan.
In cassatie richtte eiser zich tegen de uitleg van het hof over de looptijd en verlenging van de overeenkomst met de andere exploitant en tegen het oordeel dat de boete niet gematigd hoefde te worden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven, de uitleg begrijpelijk is en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de billijkheid geen matiging van de boete eist. De klacht faalt, het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de veroordeling tot betaling van de contractuele boete blijft in stand.