ECLI:NL:PHR:2003:AF3100
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor invoer van grote hoeveelheid cocaïne ondanks tussenlanding
In deze zaak stond de vraag centraal of de verdachte opzettelijk cocaïne in Nederland had ingevoerd, terwijl Nederland slechts een tussenlanding was op de route van Sao Paulo naar Madrid. De rechtbank en het hof oordeelden dat het volgen van de route via Schiphol betekent dat de cocaïne binnen het grondgebied van Nederland is gebracht, ongeacht de uiteindelijke bestemming.
De verdediging voerde onder meer aan dat het totaalgewicht van de cocaïne lager was dan in de tenlastelegging vermeld, en dat de strafmaat onjuist was omdat het gewicht van de pasta en de zuivere cocaïne ten onrechte werden opgeteld. De rechtbank en het hof verwierpen deze verweren en motiveerden dat het totaalgewicht van de substantie die cocaïne bevatte relevant is.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het bewijs en de motivering van het hof en de rechtbank voldoende waren. Ook het verweer omtrent de strafmaat werd niet gegrond verklaard. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling tot 48 maanden gevangenisstraf definitief werd bevestigd.
De zaak benadrukt dat het vervoeren van verdovende middelen via Nederland, ook als tussenlanding, kan leiden tot een veroordeling wegens invoer binnen het Nederlandse grondgebied. Tevens wordt bevestigd dat het totaalgewicht van de substantie die cocaïne bevat bepalend is voor de strafbaarheid en strafmaat.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot 48 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van circa 19 kilogram cocaïne.