ECLI:NL:PHR:2003:AF3411
Parket bij de Hoge Raad
- Hartkamp
- Rechtspraak.nl
Regresrecht en hoofdelijke aansprakelijkheid binnen concernfinanciering
In deze zaak gaat het om de vraag of de regresvordering van [A] B.V. op vier onroerend goed-maatschappijen (o.g.-maatschappijen) binnen hetzelfde concern terecht is, nadat deze o.g.-maatschappijen door de Nationale Investeringsbank (NIB) uit hun hoofdelijke aansprakelijkheid voor een lening van 10 miljoen gulden zijn ontslagen.
De o.g.-maatschappijen stelden dat zij niet draagplichtig waren voor de lening omdat zij niet van het krediet hadden geprofiteerd en dat het regresrecht van [A] in strijd was met de goede trouw en redelijkheid en billijkheid, mede vanwege garanties en afspraken binnen het concern. Het hof oordeelde echter dat het ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de NIB niet betekent dat de o.g.-maatschappijen zijn bevrijd van hun regresverplichting jegens [A]. Tevens stelde het hof dat alle concernvennootschappen, inclusief [A] en de o.g.-maatschappijen, in gelijke mate draagplichtig zijn voor de schuld, omdat het krediet aan de houdstermaatschappij was verstrekt ter ondersteuning van het concern.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de o.g.-maatschappijen en bevestigde het oordeel van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het regresrecht blijft bestaan en dat de onderlinge verhouding tussen de hoofdelijk verbonden schuldenaren bij gebrek aan bewijs anders, op grond van goede trouw en solidariteit, wordt aangenomen als gelijk. Ook de stellingen van de o.g.-maatschappijen over verschillen in draagplicht en het beoogde ontslag uit regresrecht werden niet aanvaard vanwege onvoldoende onderbouwing en bewijs.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het regresrecht blijft bestaan en dat alle concernvennootschappen in gelijke mate draagplichtig zijn voor de schuld.