ECLI:NL:PHR:2003:AF3414
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijswaardering in geschil over verkoopbemiddeling en opdrachtverlening schilderwerkzaamheden
Eiser en verweerder sloten een verkoopbemiddelingsovereenkomst voor de verkoop van een zeilschip. Eiser vorderde schadevergoeding wegens vermeende tekortkomingen van verweerder, onder meer omdat verweerder volgens hem opdrachten had verstrekt voor schilder- en laswerkzaamheden aan het schip. De rechtbank wees de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel en stelde dat eiser niet had bewezen dat verweerder als zelfstandig opdrachtgever had opgetreden, maar slechts als bemiddelaar. Eiser voerde in cassatie aan dat het hof de bewijslast onjuist had verdeeld en de bewijswaardering onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de bewijswaardering zorgvuldig en begrijpelijk heeft gemotiveerd en dat het niet onbegrijpelijk is dat het hof oordeelde dat verweerder niet als zelfstandig opdrachtgever maar als bemiddelaar handelde. Ook wijst de Hoge Raad erop dat de appelrechter slechts binnen de grenzen van de rechtsstrijd rechtsgronden mag aanvullen.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.