ECLI:NL:PHR:2003:AF3415
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verrekening huwelijksgoederen en pensioenverevening bij scheiding
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de verrekening van vermogensbestanddelen op grond van een nieuw Amsterdams verrekenbeding en pensioenverevening. Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding, maar hebben gedurende het huwelijk geen verrekening toegepast. De man had aandelen in een besloten vennootschap gekocht, deels gefinancierd met overgespaarde inkomsten en deels met privévermogen van de vrouw.
De vrouw vorderde onder meer betaling van een bedrag wegens overbedeling, splitsing van rechten uit een levensverzekering en naleving van pensioenverevening. De rechtbank en het hof oordeelden dat de aandelen en rechten uit de levensverzekering als belegging van overgespaarde inkomsten in de verrekening moesten worden betrokken, en dat de man zijn positie als directeur-grootaandeelhouder niet mocht gebruiken om pensioenverevening te frustreren.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, met name vanwege een innerlijke tegenstrijdigheid in de waardering van de aandelen en de financiering daarvan. De Hoge Raad benadrukt dat alleen het deel van de aandelen gefinancierd met overgespaarde inkomsten in de verrekening kan worden betrokken en dat het privévermogen van de vrouw niet als zodanig kan worden aangemerkt. De zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en verwijst zaak naar ander gerechtshof wegens onjuiste toepassing verrekenbeding en waardering aandelen.