ECLI:NL:PHR:2003:AF3448
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing nieuw Antilliaans echtscheidingsrecht en pensioenverweer in lopende procedure
Partijen zijn in 1992 gehuwd en hebben een minderjarig kind. De man verzocht in 1999 om echtscheiding, waarop het Gerecht in Eerste Aanleg verstekvonnis uitspreekt. De vrouw komt in verzet en betwist de echtscheidingsgronden. Het Gerecht wijst de echtscheiding af wegens ontbreken van grond.
De man stelt hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof en past zijn verzoek aan op het nieuwe echtscheidingsrecht dat sinds 15 januari 2001 geldt, waarbij echtscheiding mogelijk is bij duurzame ontwrichting van het huwelijk. De vrouw voert een pensioenverweer in verband met mogelijke nadelige gevolgen van de echtscheiding voor haar uitkeringen.
Het Hof spreekt de echtscheiding uit en verwijst naar het Gerecht in Eerste Aanleg voor gezagsvoorziening en alimentatie, maar gaat niet in op het pensioenverweer. De vrouw stelt cassatieberoep in tegen het arrest, stellende dat het Hof het pensioenverweer onterecht buiten beschouwing liet.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof het nieuwe echtscheidingsrecht correct toepaste, maar onjuist handelde door het pensioenverweer niet te behandelen. Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling en beslissing over het pensioenverweer.
Uitkomst: Het arrest van het Gemeenschappelijk Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling van het pensioenverweer.