ECLI:NL:PHR:2003:AF3806
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing artikel 9 Pachtwet op bemiddelingsovereenkomsten bij pachtbetalingen
Hobaho BV trad op als bemiddelaar bij het tot stand brengen van landhuurovereenkomsten voor de teelt van peen tussen verweerders en landeigenaren. Hobaho had namens verweerders betalingen voorgeschoten aan landeigenaren en vorderde deze terugbetaling. Verweerders stelden dat de overeenkomsten pachtovereenkomsten waren die niet waren aangemeld en goedgekeurd door de Grondkamer, waardoor artikel 9 van Pro de Pachtwet van toepassing was en betaling werd belemmerd.
De rechtbank oordeelde dat Hobaho's vorderingen gegrond waren omdat zij gebaseerd waren op bemiddelingsovereenkomsten en niet op pachtovereenkomsten. Het hof stelde echter dat de rechtsverhouding tussen Hobaho en verweerders door artikel 9 van Pro de Pachtwet werd bestreken, waardoor de vorderingen werden afgewezen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en stelde dat de feitelijke waardering van de rechtsverhouding niet in cassatie kan worden herzien. De rol van Hobaho als intermediair deed niet af aan de werking van artikel 9 Pachtwet Pro. Het cassatieberoep werd verworpen omdat de uitleg van het hof acceptabel was en het risico van non-betaling niet anders kon worden toegerekend.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Hobaho wordt verworpen en de vorderingen worden afgewezen vanwege de werking van artikel 9 Pachtwet.