ECLI:NL:PHR:2003:AF4131
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid tenlastelegging schending medisch beroepsgeheim onvoldoende gespecificeerd
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij als behandelend arts vertrouwelijke medische informatie over een patiënt had gedeeld met derden, in strijd met zijn beroepsgeheim. Het Hof verklaarde de dagvaarding nietig omdat de tenlastelegging onvoldoende specifiek was, met name door onduidelijkheid over welke correspondentie en passages de schending betroffen.
De Hoge Raad stelt dat de geheimhoudingsplicht van artsen strikt is, zoals vastgelegd in art. 88 Wet Pro BIG en art. 272 Sr Pro, maar erkent ook dat in bepaalde situaties, zoals verdediging in tuchtprocedures of met toestemming van de patiënt, de zwijgplicht kan worden doorbroken. Het Hof had echter ten onrechte de dagvaarding nietig verklaard vanwege de onduidelijkheid, omdat ook in die gevallen sprake kan zijn van een schending die strafrechtelijk relevant is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof voor verdere behandeling, waarbij de tenlastelegging adequaat moet worden gespecificeerd zodat de verdachte zich kan verdedigen. De zaak betreft de afweging tussen het medisch beroepsgeheim en het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro).
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met een aangepaste tenlastelegging.