ECLI:NL:PHR:2003:AF4180
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag regulerende energiebelasting wegens onjuiste toerekening verbruik gasolie
De zaak betreft een beroep in cassatie van X B.V. tegen het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden van 8 maart 2002, waarin het hof oordeelde dat voor de teruggaaf van regulerende energiebelasting (REB) op laagbelaste gasolie elke vestiging van de onderneming afzonderlijk als verbruiker moet worden beschouwd. X B.V. had een naheffingsaanslag REB ontvangen omdat zij haar totale gasolieverbruik over alle vestigingen had opgegeven in één verzoek tot teruggaaf, terwijl de inspecteur meende dat per vestiging een afzonderlijk verzoek had moeten worden ingediend.
De Hoge Raad stelt dat de wetgever geen onderscheid maakt tussen verschillende locaties voor niet-leidinggebonden brandstoffen zoals gasolie, in tegenstelling tot leidinggebonden energieproducten als aardgas en elektriciteit. De teruggaafregeling is gericht op de verbruiker die de brandstoffen voor eigen verbruik heeft betrokken, ongeacht het aantal locaties waar het verbruik plaatsvindt. De feitelijke omstandigheden bepalen wie als verbruiker moet worden aangemerkt, en in dit geval is dat X B.V. als geheel en niet de afzonderlijke vestigingen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en de naheffingsaanslag, en verklaart het beroep van X B.V. gegrond. De uitspraak benadrukt het belang van een juiste interpretatie van het begrip 'verbruiker' en 'eigen verbruik' in de context van de regulerende energiebelasting op niet-leidinggebonden brandstoffen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de naheffingsaanslag regulerende energiebelasting wordt vernietigd.