ECLI:NL:PHR:2003:AF4253
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring klaagschrift inzake beslag op geleend geldbedrag
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Roermond waarbij een klaagschrift tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag niet-ontvankelijk werd verklaard. Klager stelde dat het geldbedrag aan de verdachte was geleend en daarom zijn eigendom was, maar de rechtbank oordeelde dat klager slechts een civiele vordering had en niet als belanghebbende in de zin van art. 552a Sv kon worden aangemerkt.
Klager had eerder een gelijkluidend klaagschrift ingediend dat eveneens niet-ontvankelijk werd verklaard. In het tweede klaagschrift werd aangevoerd dat zowel de verdachte als een andere betrokkene afstand hadden gedaan van het geldbedrag, wat volgens klager een nieuw feit vormde dat hem als belanghebbende zou kwalificeren.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door klager niet als rechthebbende aan te merken. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat rechthebbende niet alleen degene is met een zakelijk recht, maar ook degene die een persoonlijk recht kan doen gelden. De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.