ECLI:NL:PHR:2003:AF4323
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid raadsman bij verstek en oproeping getuigen in hoger beroep
In deze zaak is verzoeker door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens drugsrunnerschap. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep was de raadsman van verzoeker aanwezig, maar zonder uitdrukkelijke machtiging ex artikel 279 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De raadsman probeerde namens verzoeker getuigen op te roepen, maar het hof wees dit af omdat de raadsman niet bevoegd was om dergelijke verzoeken te doen zonder expliciete machtiging.
De Hoge Raad overwoog dat behoudens uitzonderlijke gevallen, een raadsman zonder uitdrukkelijke machtiging slechts bevoegd is om de afwezigheid van de verdachte toe te lichten en om aanhouding van de zaak te verzoeken ten behoeve van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of het verkrijgen van een machtiging. In deze zaak was geen sprake van een uitzonderlijk geval, mede omdat de procedure in eerste aanleg op tegenspraak had plaatsgevonden en de dagvaarding in hoger beroep aan het juiste adres was betekend.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat het oordeel van het hof aanvalt en bevestigde dat het hof terecht geen aanleiding zag om de zaak aan te houden voor het horen van de getuigen. De raadsman was wel gemachtigd om cassatie in te stellen, maar niet om in hoger beroep de verdediging te voeren zonder nadere machtiging. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling door het hof blijft in stand.