ECLI:NL:PHR:2003:AF4342
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad inzake opzettelijk onjuiste goederenaangifte met betrekking tot quotakosten bij invoer
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld wegens het opzettelijk onjuist doen van goederenaangiften bij invoer, met name door het niet opnemen van quotakosten in de douanewaarde. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van medewerkers van verdachte en de constatering dat facturen werden gesplitst in goederenwaarde en quotakosten, waarbij de quotakosten niet werden opgegeven aan de douane.
De Hoge Raad analyseert de bewijsmiddelen en constateert dat uit de stukken niet onomstotelijk blijkt of de opgevoerde quotakosten fictief zijn of daadwerkelijk gemaakte kosten voor de aankoop van quotum. De vastgestelde verhouding tussen quotakosten en totaalbedrag wijst op een berekening, waardoor twijfel ontstaat over de conclusie van het hof dat sprake was van fictieve quotakosten.
Verder overweegt de Hoge Raad dat het hof het opzet van verdachte heeft aangenomen op basis van het feit dat verdachte zich niet heeft laten informeren door deskundigen en stelselmatig onjuiste aangiften heeft laten doen. De Hoge Raad stelt dat stelselmatig onjuist aangifte doen niet automatisch opzettelijk handelen betekent; een misverstand kan dit ook verklaren. Het hof heeft onvoldoende onderbouwd dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangifte onjuist was.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling van het hoger beroep op basis van het bestaande dossier.
Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.