ECLI:NL:PHR:2003:AF4610
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verantwoordelijkheid inzending bouwopdracht voor bekostiging schoolhuisvesting
De zaak betreft een geschil tussen een schoolbestuur (de Stichting) en de gemeente over wie verantwoordelijk is voor het tijdig toezenden van een afschrift van een bouwopdracht aan de minister van Onderwijs en Wetenschappen. De bouwopdracht was noodzakelijk voor de bekostiging van nieuwbouw van een schoolgebouw. De minister had de goedkeuring voor de huisvesting verleend, maar deze verviel omdat niet tijdig een afschrift van de bouwopdracht was ingezonden.
De gemeente had de bouwkosten aan de Stichting voldaan, maar leed renteverlies doordat de Rijksbekostiging later inging. De gemeente vorderde daarom schadevergoeding op grond van artikel 113a van de Wet op het basisonderwijs (oud). De Stichting voerde aan dat zij niet verplicht was het afschrift in te zenden en dat dit de taak van de gemeente was, of dat de gemeente haar had moeten waarschuwen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de Stichting als bevoegd gezag die de bouwopdracht had verstrekt, ook verantwoordelijk was voor de tijdige inzending. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de verplichting tot inzending niet expliciet in de wet staat, maar voortvloeit uit een zogenoemde Obliegenheit, waarbij het niet naleven leidt tot verval van rechten. De Hoge Raad verwierp ook het verweer dat de beleidsregel van de minister niet bindend was voor de Stichting, omdat het hof deze beleidsregel slechts als interpretatie had gebruikt.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de bewijslast voor het tijdig inzenden van de bouwopdracht bij de Stichting lag, nu de gemeente aannemelijk had gemaakt dat de termijn was overschreden en de Stichting dit betwistte met een stelling die niet voldoende was onderbouwd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de aansprakelijkheid van de Stichting voor de door de gemeente geleden schade.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het bevoegd gezag verantwoordelijk is voor tijdige inzending van de bouwopdracht en wijst het cassatieberoep af.