ECLI:NL:PHR:2003:AF4628
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van rechtsbijstandverzekeraar voor nalatigheid bij premiebetaling en beëindiging arbeidsongeschiktheidsverzekering
De zaak betreft een geschil tussen een marktkoopman, verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid bij Amersfoortse, en zijn rechtsbijstandverzekeraar Arag. Na een wijziging in het arbeidsongeschiktheidspercentage werd de uitkering door Amersfoortse beëindigd op grond van een alcoholclausule. De verzekerde betaalde premies deels door, maar Amersfoortse stelde dat de verzekering wegens wanbetaling was beëindigd. Arag werd verweten niet tijdig een procedure te starten tegen Amersfoortse om de beëindiging aan te vechten en niet adequaat te handelen bij de premiebetalingen.
De rechtbank oordeelde dat Arag niet op de hoogte was van de premieproblemen en niet verwijtbaar had gehandeld. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat Arag nalatig was geweest door de vervaltermijn te laten verlopen en onvoldoende actie te ondernemen. Het hof oordeelde dat Arag aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit deze nalatigheid, maar de omvang van de schade en het causaal verband moesten nog worden vastgesteld.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep van Arag af. De Hoge Raad benadrukt dat de verzekeringsovereenkomst en de polisvoorwaarden, met name artikel 14, meebrengen dat wanbetaling de aanspraak op reeds ingegane uitkeringen niet aantast. De zaak wordt terugverwezen voor verdere beoordeling van de schade en het causaal verband. De Hoge Raad onderstreept de complexiteit en de fouten van alle betrokken partijen, waaronder Arag, Amersfoortse en de advocaat van de verzekerde.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Arag wordt verworpen en de zaak wordt terugverwezen voor verdere schadevaststelling.