ECLI:NL:PHR:2003:AF4636
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenvonnis in nalatenschapsverdeling
De zaak betreft een geschil tussen erfgenamen over de verdeling van de nalatenschap van hun overleden ouders. De zusters hebben de broer gedagvaard en gevorderd tot verdeling van de nalatenschap met benoeming van een notaris. De rechtbank heeft de broer veroordeeld tot verdeling en een notaris benoemd. Na overlegging van een proces-verbaal van zwarigheid en wijziging van de eis, heeft de rechtbank bewijslevering toegestaan.
De zusters zijn tegen een tussenvonnis van de rechtbank in hoger beroep gegaan, maar het hof heeft dit tussenvonnis bekrachtigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank. De zusters hebben vervolgens tijdig cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het hof.
De broer heeft primair betoogd dat de zusters niet-ontvankelijk zijn in cassatie. De Hoge Raad oordeelt dat op grond van de nieuwe procesrechtelijke regels, van toepassing sinds 1 januari 2002, tegen een tussenvonnis van het hof slechts beroep in cassatie kan worden ingesteld tegelijk met het eindarrest, tenzij het hof anders bepaalt of uitzonderingen van toepassing zijn. Nu het hof dit niet heeft gedaan en de zaak een tussenvonnis betreft, is het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het tussenvonnis is niet-ontvankelijk verklaard.