ECLI:NL:PHR:2003:AF4638
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging informatieregeling tussen biologische vader en minderjarige ondanks emotionele belasting moeder
Tussen de moeder en de vader bestond een relatie waaruit een minderjarige is geboren die niet door de vader werd erkend. De vader verzocht bij de rechtbank om vaststelling van een omgangsregeling met het kind. Na diverse procedures stelde de rechtbank een voorlopige omgangsregeling en een informatieregeling vast. De moeder stelde zich tegen de omgangsregeling, maar niet tegen de informatieregeling.
De rechtbank en het gerechtshof bekrachtigden de informatieregeling, ondanks dat de moeder deze als emotioneel belastend ervoer. De moeder stelde beroep in cassatie in tegen de bekrachtiging van de informatieregeling. De Hoge Raad oordeelde dat de vader recht heeft op informatie over het kind indien er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking (family life) conform art. 8 EVRM Pro en art. 1:377b BW.
De Hoge Raad verwierp het incidentele middel van de vader en het principale cassatiemiddel van de moeder. De beoordeling van de feitenrechter dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking was begrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Het belang van het kind prevaleert boven de emotionele belasting van de moeder. De informatieregeling blijft derhalve gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de informatieregeling en verklaart het cassatieberoep van de moeder ongegrond.