ECLI:NL:PHR:2003:AF5101
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid notaris voor onjuiste inbreng onroerende zaak en eigen schuld van cliënt
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een notaris centraal die onzorgvuldig handelde bij de inbreng van een onroerende zaak in een vennootschap. De notaris had abusievelijk de onroerende zaak ingebracht in de verkeerde vennootschap, waardoor fiscale gevolgen ontstonden en navorderingsaanslagen werden opgelegd.
De rechtbank had de notaris voor 50% aansprakelijk gesteld en de cliënt voor 50% eigen schuld toegewezen. Het hof wijzigde dit in een aansprakelijkheid van 80% voor de notaris en 20% voor de cliënt, waarbij ook het verzuim van de accountant werd betrokken. De notaris stelde cassatieberoep in tegen deze verdeling.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf van artikel 6:101 BW Pro had toegepast bij de beoordeling van de eigen schuld en toerekening van fouten. De klacht van de notaris over de onduidelijkheid van de motivering werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat de notaris een zwaarwegende zorgplicht heeft en dat de cliënt mede verantwoordelijk is voor het bewaken van de belangen, mede door het inschakelen van een accountant.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de aansprakelijkheidsverdeling van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de notaris wordt verworpen en de aansprakelijkheidsverdeling van 80% notaris en 20% cliënt blijft gehandhaafd.