ECLI:NL:PHR:2003:AF5404
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplichtigheid aan gewelddadige diefstal met dodelijk slachtoffer op Aruba
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, waarin verdachte is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan een gewelddadige diefstal met dodelijke afloop. Het cassatieberoep werd ingesteld na het verstrijken van de wettelijke termijn, waardoor het aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Procureur-Generaal concludeerde dat de termijnoverschrijding niet zonder meer tot niet-ontvankelijkheid moest leiden omdat 2 januari 2002 door de Arubaanse overheid als collectieve vrije dag was aangewezen, waardoor de termijn verlengd moest worden. Daarom werden de middelen alsnog inhoudelijk besproken.
De bewezenverklaring houdt in dat verdachte een semi-automatisch pistool ter beschikking stelde aan medeplegers die een overval pleegden op een bank, waarbij geweld werd gebruikt en het slachtoffer dodelijk werd getroffen. Verdachte voerde aan dat het wapen dat hij had verschaft niet het wapen was waarmee het slachtoffer werd geschoten, maar het hof oordeelde dat dit niet uitsluit dat hij medeplichtig was aan de diefstal met geweld en de gevolgen daarvan.
De Hoge Raad verwierp de middelen en bevestigde dat het hof de bewezenverklaring voldoende had gemotiveerd en dat de verklaring van verdachte in samenhang met andere bewijsmiddelen als redengevend kon worden beschouwd. Het beroep werd uiteindelijk verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en inhoudelijk verworpen, waardoor de veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf wordt bevestigd.