ECLI:NL:PHR:2003:AF5550
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht vader voor kinderalimentatie bij medische beperkingen
Partijen zijn gescheiden ouders van een minderjarige dochter. De moeder verzocht de rechtbank om de kinderalimentatie te verhogen tot 350 gulden per maand, omdat de vader in staat zou zijn een inkomen te verwerven. De vader stelde zich op het standpunt dat hij wegens psychische problemen niet kan werken en daarom geen draagkracht heeft. Hij overhandigde verklaringen van een reïntegratiebedrijf en een GGD-Indicatiebureau.
De rechtbank oordeelde dat de vader onvoldoende bewijs had geleverd van zijn arbeidsongeschiktheid en wees het verzoek van de moeder toe. Het hof bevestigde dit oordeel en merkte op dat de medische verklaringen niet recent en niet deugdelijk waren, en dat de vader geen recente sollicitatiebrieven had overgelegd. De geldigheidsduur van de GGD-indicatie was bovendien verstreken.
De vader stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing, stellende dat het hof ten onrechte het GGD-rapport niet had meegewogen en onterecht had gewezen op het ontbreken van sollicitatiebrieven. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het hof terecht had geoordeeld dat de vader onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was inkomen te genereren.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vader onvoldoende medische bewijs heeft geleverd en wijst het cassatieberoep af, waardoor de alimentatieverplichting blijft.