ECLI:NL:PHR:2003:AF5700
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding en onvoldoende motivering
De verdachte werd door het Hof niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter wegens overschrijding van de beroepstermijn van veertien dagen zoals voorgeschreven in artikel 408 Sv Pro. Het hoger beroep werd pas na deze termijn ingesteld, namelijk op 14 september 2001.
Verdachtes raadsvrouw had echter een brief ingediend waarin werd gemeld dat verdachte door een ernstig verkeersongeluk en daaropvolgende ziekenhuisopnames niet in staat was tijdig in hoger beroep te gaan. Deze brief en medische verklaringen wezen op cognitieve stoornissen en geheugenverlies door hersenkneuzing.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte geen acht heeft geslagen op deze brief en de verontschuldigbare overschrijding van de beroepstermijn. Tevens was de bijsluiter bij de dagvaarding in hoger beroep misleidend en onjuist, waardoor verdachte werd ontmoedigd te verschijnen. Het Hof had de zaak moeten aanhouden en verdachte opnieuw moeten oproepen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.