ECLI:NL:PHR:2003:AF5834
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitleveringsverzoek en afwijzing verzoek aanhouding zaak voor expertiserapporten
In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Groningen die de uitlevering van een persoon aan de Russische Federatie toelaatbaar had verklaard. De verdediging verzocht om aanhouding van de zaak om drie expertiserapporten te verkrijgen die het causale verband tussen de handelingen van de opgeëiste persoon en de dood van het slachtoffer zouden kunnen aantonen, wat de onschuld zou staven.
De rechtbank wees dit verzoek af omdat zij slechts de toelaatbaarheid van de uitlevering beoordeelt en niet de gegrondheid van de strafvervolging in het buitenland. De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en oordeelde dat een onschuld alleen kan worden aangenomen indien zonder diepgaand onderzoek direct duidelijk is dat er geen vermoeden van schuld is, wat hier niet het geval was.
Daarnaast overwoog de Hoge Raad dat het opvragen en beoordelen van de expertiserapporten een diepgaand onderzoek inhoudt dat niet past binnen de uitleveringsprocedure. Ook het argument dat de rapporten van belang zouden zijn voor de beoordeling van dubbele strafbaarheid faalde, omdat deze rapporten betrekking hebben op bewijs van feiten en niet op de strafbaarheid zelf.
Het cassatieberoep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Hoge Raad vond geen gronden om ambtshalve de uitspraak te vernietigen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot aanhouding voor het verkrijgen van expertiserapporten wordt afgewezen.