ECLI:NL:PHR:2003:AF6208
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken memorie van grieven
In deze zaak stond centraal of eiseres terecht niet-ontvankelijk werd verklaard in haar hoger beroep door de Rechtbank te Haarlem wegens het niet indienen van een memorie van grieven tegen het vonnis van de Kantonrechter.
Eiseres was door verweerster gedagvaard voor incasso van een factuur. Na een onbevoegdheidsverklaring van de Kantonrechter te Amsterdam werd de zaak verwezen naar de Kantonrechter te Haarlem, die de vordering toewijst. Eiseres kwam in hoger beroep, maar diende geen memorie van grieven in op de rolzitting van 7 mei 2002, ondanks dat zij daartoe gelegenheid kreeg op de zitting van 21 mei 2002. De Rechtbank verklaarde haar daarom niet-ontvankelijk.
Eiseres stelde in cassatie dat zij wel een memorie van grieven had toegezonden, maar deze te vroeg was ingediend en retour was gezonden, en dat haar bezwaren in de appeldagvaarding als grieven moesten worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde dat de memorie van grieven niet ter zitting was ingediend zoals vereist en dat de bezwaren in de dagvaarding onvoldoende concreet waren om als grieven te gelden. Er was geen sprake van schending van het recht op hoor en wederhoor, aangezien eiseres de kans kreeg alsnog te procederen.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep en bevestiging van de niet-ontvankelijkheid van eiseres in hoger beroep.
Uitkomst: Eiseres is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet indienen van een memorie van grieven.