ECLI:NL:PHR:2003:AF6779
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslastverdeling bij ladingcontaminatie met carcinogene stof tijdens zeevervoer
Deze zaak betreft een geschil tussen La Fontana Sirena Limited als vervoerder en Igeb c.s. als cognossementhouders en verzekeraars over schade aan palmolie door contaminatie met ethyleendichloride (EDC) tijdens zeevervoer. De palmolie was bestemd voor menselijke consumptie en werd vervoerd in een tank die eerder EDC had vervoerd.
Igeb c.s. vorderden schadevergoeding wegens waardevermindering van de palmolie. La Fontana voerde aan dat de geringe hoeveelheid EDC geen schade veroorzaakte omdat het raffinageproces de EDC zou verwijderen en dat de tank grondig was schoongemaakt volgens de Tank Cleaning Guide (TCG). De rechtbank en het hof oordeelden dat vaststaat dat de palmolie beschadigd is door EDC, een carcinogene stof, en dat de bewijslast voor het ontbreken van schade op La Fontana rust. Tevens werd geoordeeld dat onvoldoende bewijs is geleverd dat de tank volgens de voorgeschreven ventilatieprocedure is schoongemaakt.
In cassatie bestreed La Fontana het oordeel over de bewijslastverdeling en de bewijswaardering. De Hoge Raad bevestigde dat de bewijslast voor het aantonen dat door contaminatie geen schade is ontstaan bij La Fontana ligt, omdat vaststaat dat de palmolie beschadigd is. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht het bewijsaanbod over de ventilatie van de tank als niet ter zake dienend heeft gepasseerd, omdat niet is aangetoond dat de tank bij verhoogde temperatuur is geventileerd zoals voorgeschreven.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde het arrest van het hof, waarmee de vervoerder aansprakelijk blijft voor de schade door contaminatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van La Fontana wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.