ECLI:NL:PHR:2003:AF7419
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank voor verliezen bij optiehandel en zorgplicht margeverplichting
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van de Rabobank jegens een cliënt die aanzienlijke verliezen leed bij optiehandel. De cliënt had een effectenportefeuille als onderpand gesteld en een borgtocht afgegeven, maar voldeed niet steeds aan de margeverplichting zoals voorgeschreven door het Reglement voor de Handel van de European Options Exchange (EOE).
De cliënt stelde dat de bank tekort was geschoten in haar zorgplicht door niet strikt toe te zien op naleving van de margeverplichting en daardoor mede aansprakelijk was voor zijn verliezen. De rechtbank en het hof oordeelden dat de cliënt voldoende op de hoogte was van de risico's en dat partijen in overleg waren over afwijkingen van de margeverplichting. De bank had de cliënt regelmatig gewaarschuwd en was niet verplicht om alle optieopdrachten te weigeren bij marge-tekorten.
In cassatie werd betoogd dat de bank een strengere zorgplicht had en aansprakelijk moest worden gehouden. De Hoge Raad bevestigde dat de zorgplicht van de bank mede strekt ter bescherming van de cliënt, maar dat de bank niet onder alle omstandigheden gehouden is optieopdrachten te weigeren als de cliënt niet aan de margeverplichting voldoet. De Hoge Raad stelde dat de cliënt onvoldoende feiten had gesteld om de zorgplicht van de bank verder te laten gaan dan wat zij had gedaan. De zaak werd vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
De uitspraak benadrukt de balans tussen de zorgplicht van banken en de eigen verantwoordelijkheid van cliënten bij risicovolle optiehandel, waarbij kennis van risico's en gedragingen van de cliënt mede bepalend zijn voor aansprakelijkheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug wegens onvoldoende stelplicht omtrent de zorgplicht van de bank.