ECLI:NL:PHR:2003:AF7538
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepasselijkheid arbitragebeding in cognossement en tijdigheid memorie van grieven
In deze zaak stond centraal of een arbitragebeding uit een charter-partij deel uitmaakt van de cognossementsvoorwaarden en aan de cognossementhouder kan worden tegengeworpen. De eigenaar van het schip 'Rosebud', WCS, had een tijdbevrachtingsovereenkomst gesloten met Andromeda, en Galaxy had gasoil geladen aan boord. Na verlies en vervuiling van de lading vorderde Galaxy schadevergoeding van WCS. WCS voerde een beroep op arbitrage, dat door het Gerecht in Eerste Aanleg en het Gemeenschappelijk Hof werd gehonoreerd, waarbij de memorie van grieven van Galaxy te laat was ingediend.
De Hoge Raad stelde vast dat de memorie van grieven wel tijdig was ingediend op 22 mei 2000, zodat het Hof ten onrechte geen acht had geslagen op de grieven. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het Hof onjuist had geoordeeld dat het beroep op een arbitragebeding in een onbekende charter-partij rechtsgeldig was tegenover Galaxy, omdat het cognossement niet duidelijk kenbaar maakte welk arbitragebeding van toepassing was.
De Hoge Raad benadrukte dat de rechtsverhouding tussen WCS en Galaxy uitsluitend wordt beheerst door het cognossement en de daarin duidelijk kenbare bedingen. Het beroep van WCS op arbitrage kon daarom niet slagen. De zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het arrest van het Gemeenschappelijk Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.