ECLI:NL:PHR:2003:AF7681
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt duurzame ontwrichting huwelijk ondanks religieuze bezwaren
Partijen zijn in 1964 gehuwd. De man vertrok ruim tien jaar voor het verzoek tot echtscheiding uit de echtelijke woning. In 2000 diende de man een verzoekschrift in tot echtscheiding op grond van duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank wees het verzoek toe en sprak de echtscheiding uit. De vrouw ging in hoger beroep, maar het hof bekrachtigde het vonnis.
De vrouw stelde dat het huwelijk niet duurzaam ontwricht was, mede vanwege haar geloofsovertuiging die haar verhinderde mee te werken aan de echtscheiding, haar contact met de man en haar gevoelens voor hem. De man stelde dat het huwelijk duurzaam ontwricht was en dat herstel niet mogelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof dat het huwelijk duurzaam ontwricht was niet berustte op een onjuiste rechtsopvatting. De religieuze bezwaren van de vrouw stonden het uitspreken van de echtscheiding niet in de weg. Het beroep op het recht op privé- en gezinsleven en de vrijheid van godsdienst faalde, omdat deze rechten geen absoluut recht op echtscheiding garanderen en wettelijke beperkingen zijn toegestaan ter bescherming van rechten van anderen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof en de rechtbank dat het huwelijk duurzaam ontwricht was en de echtscheiding terecht was uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het huwelijk duurzaam ontwricht is en wijst het cassatieberoep van de vrouw af.