ECLI:NL:PHR:2003:AF7688
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring van de instantie in schadestaatprocedure na faillissement en proceshandeling
In deze cassatieprocedure staat de vraag centraal of de instantie in hoger beroep terecht vervallen is verklaard in een schadestaatprocedure tussen Bouw- en Exploitatiemaatschappij Roham B.V. en de curator in het faillissement van Planex B.V. De procedure betreft een langdurig geschil over schadevergoeding na beëindiging van een huurovereenkomst van een loods.
De rechtbank had Roham veroordeeld tot schadevergoeding, waarna hoger beroep volgde. Na verstek tegen Planex werd de zaak ambtshalve geroyeerd en op de 'slaaprol' geplaatst. De curator nam de procedure over, maar de instantie werd vervallen verklaard omdat volgens het hof de brief van Roham aan de griffier, bedoeld om de zaak op de rol te plaatsen, niet als een behoorlijke procesakte gold omdat geen afschrift aan de curator was gezonden.
De Hoge Raad oordeelt dat de eis van het hof onterecht is dat vóór de akte tot vervallenverklaring een afschrift van de brief aan de wederpartij of curator moet zijn gezonden. De brief aan de griffier kan op zichzelf als behoorlijke procesakte gelden, zeker omdat het verstek en de zuivering daarvan de procedure kenmerken. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug wegens onjuiste toepassing van het vereiste voor een behoorlijke procesakte.